Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
Onbe|iaal-
de wiji.
vriezen,
weten,
zeggen,
zien.
zoeken,
zijn of
Tfgenwoirdigc Tijd.
het vriest,
ilc weet.
ik zeg.
ik zie.
ik zoek.
Eerste IjelreUelijl verleden Yerledeu
lijd. deelw.
gevrozen.
gew«!ten.
het vroor,
jik wist.
jik zei de.
jik zag, gij zaagt, hij zag, gezien.
I wij zagen, gij zaagt,
I zij zagen,
ik zocht.
ik ben, gij zijt, hij is, ik was, gy waart, hij was,
wij zijn, gij zijt, zij zijn.j wij waren, gij waart
I zij waren.
gezocht,
geweest.
231. De wederkeerige zegwoorden worden vervoegd
als nevensgaand voorbeeld:
Vervoeging van het wederkeerig zegwoord: zich
schamen.
Onbepaalde wijs: Deelwoorden:
tegw. tijd: zich schamen; tegw..- zich schamende,
v.l. tijd : zich geschaamd hebben; verl.: zich geschaamd,
toek. tijd: zich zullen schamen.
Aantoonende wijs: Aanvoegende wijs:
Tegenwoordige tijd:
ik schaam mij; ik schame mij;
gij schaamt u; gij schämet u;
hij schaamt zich; hij schame zich ;
wij schamen ons ; wij schamen ons;
gij schaamt u; gij schämet u;
zij schamen zich. zij schamen zich.
Eerste betrekkelijk verleden tijd:
ik schaamde mij ; ik schaamde mij;
gij schaamdet u; gij schaamdet u;
hij schaamde zich ; hij schaamde zich;
wij schaamden ons; wij schaamden ons;
gij schaamdet u; gij schaamdet u;
zij schaamden zich. zij schaamden zich.