Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
Tweede betrekkelijk verleden tijd:
ik had of was geloopen , ik hadde of ware geloopen ,
enz. enz.
Toekomende tijd:
ik zal loopen, enz. ik zoude loopen, enz.
Betrekkelijk toekomende tijd:
ik zal geloopen hebben ik zoude geloopen hebben
of zijn , enz. of zijn , enz.
Gebiedende wijs:
Enkelvoud: loop. Meervoud : loopt.
230. De afwijkingen der onregelmatige zegwoor-
den dient men door het gebruikte leeren. Hiernevens
een lijstje len gemakke.
Ecrsle belreUelijk verleden , Verleden
lijd. I deelw.
brengen
denken.
doen.
durven.
gaan.
hebben.
komen.
koopen.
kunnen.
moeten,
mogen.
slaan.
staan.
ik breng,
ik denk.
ik doe.
ik durf.
ik ga, gij gaat, bij gaat,
wij gaan, enz.
ik heb, gij hebt, hij heeft,
enz.
ik kom.
ik koop.
ik kan, gij kunt, hij kan,
wij kunnen, gij kunt,
zij kunnen,
ik moet.
ik mag, gij moogt, hij
mag, wij mogen, gij
moogt , zij mogen,
ik sla , gij slaat, hij slaat,
wij slaan, gij slaat, zij
slaan.
ik sta, gij staat, hij staat,
wij staan, gij staat, zij
staan.
ik bragt.
ik dacht,
ik deed.
ik dorst of ik durfde,
ik ging.
ik had.
ik kwam, gij kwaamt,
kwam, enz.
ik kocht,
ik konde.
ik moest.
ik mögt, gij moogt,
mögt, enz
ik sloeg,
ik stond.
gebragt.
gedacht.
gedaan.
ontbreekt.
gegaan.
gehad.
hij gekomen.
'gekocht.
ontbreeH,
ontbreekt.
hij ontbreekt.
geslagen.
I
gestaan.
!■
4