Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Betrekkelijk toekomende tijd:
ik zal c ik zoude
gij zult j g-S' gij zoudet
hij zal f £ S hij zoude
wij zullen / wij zouden^
gij zult j S^l gij zoudet ]
zij zullen / zij zouden /
Gebiedende wij s :
Enkelvoud: word geprezen. Meervoud: wordt geprezen.
S'2
g s
c) Vervoeging van het onzijdig zegwoord loopen.
Onbepaalde wijs: Deelwoorden;
tegenw. tijd: loopen; tegen.: loopende;
verl. tijd: geloopen heb- verl.: geloopen.
ben of zijn ;
toek. tijd: zullen loopen.
Aantoonende wijs: Aanvoegende wijs:
Tegenwoordige tijd:
ik loop ; ik loope ;
fij loopt; gij loopet;
ij loopt; hij loope;
wij loopen ; wij loopen ;
gij loopt; gij loopet;
zij loopen. zij loopen.
Eerste betrekkelijk verleden tijd:
ik liep; ik liepe;
gij liept; gij liepet;
hij liep; hij liepe ;
wij liepen ; wij liepen ;
gy liept; gij liepet;
zij liepen. zij liepen.
Volstrekt verleden tijd:
ik heb of ben geloopen ik hebbe of zij geloopen ,
enz. enz.