Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
Aantoon en de wijs: Aanvoegende wijs:
Tegenwoordige tijd:
ik word
gij wordt
hij wordt
wij worden
gij wordt
zij worden
c
u
s
0
s^
01
QJ
CD
ik worde
gij wordet
hij worde
wij worden
gij wordet
zij worden
p
O
N
ii>
t£>
Eerste betrekkei ij k verleden tijd:
JN
Oh
O
tx>
ik werd
gij werdt
hij wxrd
wij werden
gij werdt
zij werden
Volstrekt
ik ben
gij ^gt
hij is
wij zijn
g'j
zij zijn
ik werde of wierde
gij werdet
hij werde
wij werden
gij werdet
zij werden
verleden tijd:
ik zij
hij zij
wij zijn
Sji zjjt
zij zijn
Tweede betrekkei ij k verleden tijd:
ik was
gij waart
hij was
wij waren
gij waart
zij waren
ik zal
gij zult
hij zal
wij zullen
gij Bult
zij zullen
ik ware
i2;ij wäret
hij ware
wij waren
gij wäret
zij waren
Toekomende tijd:
ik zoude
gij zoudet
hij zoude
wij zouden,
gij zoudet
zij zouden