Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
O
O
u
O.
O
sc
ik zal
gij zult
hij zal
wij zullen 2
gij zult
zij zullen
48
Tweede betrekkelijk verleden tijd:
ik had ^ ik hadde
gij hadt gij haddet
hij had / g hij hadde
wij hadden l ^ wij hadden
gij hadt 1 to gij haddet
zij hadden zij hadden
Toekomende tijd:
ik zoude
gij zoudet
hij zoude r ?
wij zouden ) o
gij zoudet *
zij zouden
Betrekkelijk toekomende tijd:
ik zal ^ ik zoude
gij zult gij zoudet
hij zal ( P^ '^'j zoude
wij zullen i wij zouden
gij zult } gij zoudet
zij zullen zij zouden
Gebiedende wijs:
Enkelvoud: proef. Meervoud: proeft.
d) Vervoeging van het lijdend zegwoord geprezen
worden.
Onbepaalde wijs: Deelwoorden:
teg.w. tijd: geprezen worden; tegenw.: geprezen wor-
verl. tijd: geprezen gewor- dende;
den zijn ; verl.: geprezen gewor-
toek. tijd: geprezen te zul- den zijnde,
len worden.