Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
duiden, worden met zijn vervoegd, namelijk , als de
plaats waarheen de beweging geschiedt, genoemd
wordt: Ik ben naar de Lemmer gegaan-, —• noemt
men geene plaats, dan vervoegt men ze met hebben,
ik heb geloopen-, het eerste is gebeurd, het laatsle
gedaan en, aan dien regel vasthoudende, zal men
niet noodig hebben te zoeken, wanneer een onzij-
dig zegwoord met hebben en wanneer met ^y» moet
vervoegd worden.
229. Voorbeelden van vervoeging der volgende
zegwoorden.
a) Vervoeging van het bedrijvend zegwoord proeven.
Onbepaalde wijs: Deelwoorden:
tegenw. tijd: proeven; tegenw.: proevende;
verl.tijd:geproefdhebben; verl.: geproefd,
toek. tijd: zullen proeven.
Aantoonende wijs: Aanvoegende wijs:
Tegenwoordige tijd:
ik proef; ik proeve;.,
;ij proeft; gij proevet;
lij proeft; hij proeve;
wij proeven; wij proeven ;
gij proeft; gij proevet;
zij proeven. zij proeven.
Eerste betrekkelijk verleden tijd:
ik proefde; ik proefde;
gij proeldet; gij proefdet;
hij proefde; hij proefde;
wij proefden; wij proefden;
gij proefdet; gij proefdet;
zij proefden. zij proefden.
Volstrekt verleden tijd:
■ ik heb ik hebbe
;ij hebt : gy hebbet
lij heeft f g hij heiibe f'g
wij hebben f ^ wij hebben ( ^
gij hebt ) 5: gij hebbet )
zij hebben zij hebben