Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
verl: geweest,
verleden tijd : geweest zijn ;
toekom.: tijd; zullen zijn.
of wezen.
Aantoonende wijs: Aanvoegende
Tegenwoordige tijd:
ik ben; ik zij;
gij zijt; sü ^yti
hij is; hij zij;
wij zijn; wij zijn;
gij zijt; gy zijt;
zij zijn. zij zijn.
Eerste betrekkelijk verleden tijd:
WIJS
ik AVas;
gij waart;
hij was;
wij waren;
gij waart;
zij waren.
Volstrekt
ik ben
gij zijt
hij is
wij zijn
gij zijt
zij zijn
ik wäre;
gij wäret;
hij wäre ;
wij waren;
gij wäret;
zij waren,
V e r 1 e d e n t ij d:
ik zij
gij zijt
iij zij
Avij zijn
gij zijt
zij zijn
Tweede betrekkei ij k verleden tijd:
ik was
gij waart
bij was
wij waren
gij waart
zij waren
Toekomende
ik zal
gij zult
hij zal
wij zullen
gij zult
zij zullen
ik ware
gij wäret
hij ware
wij waren
gij wäret
zij waren
tijd:
ik zoude
gij zoudet
hij zoude
wij zouden
gij zoudet
7,ij zouden