Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
.38
Volstrekt verleden tijd:
ik heb
gij hebt
hij heeft
wij hebben
gij hebt
zij hebben .
Tweede betrekkei ij k
ik had
gij hadt , ■
® 1 1 / ^
nj had
wij hadden f
gij hadt
zij hadden
ik zal ,
p. zult
hij zal f^
wij zullen l-a
ik hebbe
gij hebbe t
hij hebbe
wij hebben
gij hebbet
zij hebben
verleden tijd:
ik hadde
;ij haddet
lij hadde
wij hadden
gij haddet
zij hadden
Toekomende tijd:
^ ik zoude
1 . gij zoudet ^
hij zoude f ^
wij zouden (-a
gij zoudet
zij zouden J
mende t ij d:
ik zoude
gij zoudet
bij zoude
wij zouden
gij zoudet
zij zouden,
wijs:
Meervoud, hebt.
(I
gij zult
zij zullen ■
Betrekkei ij k toeki
ik zal V a
gij zult
hij zal
wij zulleli
gij zult
zij zullen j
Gebiedend
Enkelvoud, heb.
13
11
h) Vervoeging van zijn {wezen.)
Onbepaalde wijs: Deelwoorden:
tegenw. tijd: rijn of wezen; tegen w.: zijnde;