Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
204. De wortel eens zegtooords is dat gedeelte
hetwelk men overhoudt, als men en van den uit-
gang afneemt. Dus is leer de wortel van leeren.
205. Indien de laatste klinker of medeklinker van
dien wortel dubheld voorkomt, zoo als in maaijen,
vallen, dan valt een dezer klinkers of medeklinkers weg.
206. In den wortel van een zegwoord zijn twee
dingen van belang op te merken, namelijk wor-
telklank en wortelmcdeklinker. Wortelklank is de
klank welke men in het zakelijke deel des zegwoords
vindt; oei is de wortelkank van groeijen. Wortel-
medeklinker is die medeklinker of medeklinkers,
welke den wortel sluiten. Zoo is in loopen de wor-
telmedeklinker p.
207. Door het zakelijke deel verstaat men dat ge-
deelte der zegwoorden, dat men overhoudt, als men
de voorzetsels en hijvoegsels wegneemt. In vertegen-
woordigen zijn ver en tegen voorzetsels; j'^ew een bij-
voegsel.
20:i. Zegwoorden uit eene lettergreep bestaande,
als: gaan, staan, doen, enz., waren oudtijds uit
twee lettergrepen zamengesteld, ga-en, sta-en,
do-en. De wortel van dergelijke woorden bestaat in
het eerste gedeelte.
209. Sommige zegwoorden zijn zamengesteld, of
met zelfst. n.w. of met bijwoorden of voorzetsels; als:
raadgeven, liefkozen, inbrengen, verlaten, enz.
210. In de zamenstelliug met voorzetsels, dient
aangemerkt te worden, dat ze scheidbaar en on-
scheidbaar kunnen gebezigd worden. In hét eerste
geval worden ze van de zegwoorden gescheiden , bijv.:
aanspreken, ik spreek aan; tegenhouden, ik houd te-
gen, enz. In het tweede geval hlijven ze aan de
zegwoorden verbonden.
211. De zegwoorden kunnen op vierderlei wijzen
worden voorgesteld:
1. algemeen of onbepaald, alleen met aanwijzing
van tijd: leeren, zien, werken; (onbepaalde wijs.)
2. bepaald, dat is regtstreeks en onaf bankelijk van
3 *