Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
193. Men heeft nog een tcederkeerige. wijze van
spreken, namelijk : wanneer men te kennen geeft,
dat de daad niet op een ander voorwerp overgaat,
maar op den dader zelf terugkeert; die woorden zgn
tcederkeerige zegwoorden.
1Ü4. Dan heeft men nog eenpersoonlijke zegwoor-
den, omdat zij met een persoon vervoegd worden.
195. Er zijn dus 5 soorten van zegwoorden: be-
drijvende, lijdende, onzijdige, wederkeerige en een-
persoonlijke.
196. De zegwoorden zijn aan verandering onder-
hevig. Deze veranderingen worden niet altijd door
het zegto. alleen aangewezen; om aan hunnen vorm
en hunne tijden, wat er aan mögt ontbreken te hulp
te komen , bedient men zich van hulpwoorden: deze
zijn: hebben, zijn, zullen en worden {dmven, laten,
kuinien, moeten, mogen, willen).
197. In zooverre zij ten bovengemelde einde die-
nen , dragen zij dien naam, overigens niet.
198. De veranderingen, welke de zegwoorden on-
dergaan in hunne onderscheidene wijzen en tijden,
getallen en personen, noemt men vervoeging.
199. Ten opzigte der vervoeging kan men de zeg-
woorden verdeelen in: gelijkvloetjende, ongelijkvloei-
jende en onregelmatige.
200. gelijkvloeijende zijn die, welke in de vervoe-
ging geene verandering van wortelklinker ondergaan;
en die in den eersten betrekkelijk verleden tijd de
of te, en in het verleden deelwoord d of t aan-
nemen.
201. Alle langstaartige zegwoorden, en meest alle,
welke van naamwoorden afgeleid zijn , zijn gelijk-
vloeijend.
2Ó2. ongelijkvloeijend zijn die, welke in de ver-
voeging van wortelklinker veranderen, en in het
verleden deelwoord op en eindigen.
203. Onregelmatige zijn die, welke in een of an-
der opzigt van de regelmatige vervoeging der twee
genoemde soorten afwijken.