Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
Derde persoon.
Mannelijk: Vrouwelijk; Mannelijk: Vrouwelijk;
hij zelf; zij zelve; zij zelven; zij zelven;
zijner zelven ; harer zelve; hunner zelven; harer zelven ;
hem zelven; haar zelve; hun zelven; haar zelven;
hem zelven. haar zelve, hen zelven. haar zelven.
IfiS. Men moet opmerken dat zelf, zelve, zelven
ter versterking dienende, niet wel achter de lidwoorden
kan geplaatst worden, en daarom verdient dan het
gebruik van dezelve, hetzelve af keuring.
b. Over de bijvoegelijke voornaamwoorden.
166. De bijvoegelijke voornaamwoorden dienen om
eene enkele zaak van alle andere van dezelfde soort te
onderscheiden , als: deze tafel, uw hoed, welke broeder.
167. Deze voornaamwoorden worden verdeeld in
vier soorten, als: bezittelijke, vragende, aanwijzende
en betrekkelijke voornaamicoorden.
168. Bezittelijke voornaamw. duiden eene bezitting
aan. Zij schikken zich naar het geslacht, getal en
naamval van het daarop volgend zelfstandig naam-
woord , zij zijn : mijn, ons, uw, zijn, haar en hun.
109. Deze voornaamwoorden door een naamwoord
gevolgd , verbuigt men als de lidwoorden.
170. Wij laten hier de verbuiging van mijn als
voorbeeld volgen :
Enkelvoud.
M a n n e 1 ij k : V r o u w e 1 ij k : O n z ij d i g:
1. mijn vader; mijne moeder; '"ijn paard;
2. mijns vaders; mijner moeder; mijns paards;
3. mijnen vader; mijner moeder; mijn paard ;
4. mijnen vader, mijne moeder. mijn paard.
Meervoud.
1. mijne vaders; mijne moeders; mijne paarden;
2. mijner vaders; mijner moeders; mijner paarden;
3. mijnen vaders; mijner moeders; mijnen paarden;
4. mijne vaders, mijne moeders. mijne paarden.