Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
26'
14Ö. De afgeleide ol zamengestelde bijvoegelijlie
naamw. hebben verschillende uitgangen. De voor-
naamste zijn: haar, tg, lijk, loos, saam, hajtig en
achtig.
147. De uitgang baar, afkomstig van het oude
baren, (voortbrengen) is zeer algemeen en heeft ach-
ter z.n.w. altijd de beteeken is van dragen, voortbren-
gen; bijv. vruchtbaar, tconderbaar. Achter zegwoor-
den geeft die uitgang een vermogen te kennen om
te doen of te lijden, als: hoorhanr, strijdbaar.
148. De uitgang ig geeft zooveel als den aard van
of de geneigdheid tot iets te kennen, bijv.: haastig,
droevig, levendig,
149. De uitgang lijk afkomstig van lijken, gel{j-
ken, duidt het wezen of den aard der zaken aan,
(bij zelfst.n.w.) als: eerlijk, deugdelijk I]ij zegwoor-
den gevoegd, drukt hij de daad dier woorden uil,
als: behaaglijk, of de mogelijkheid dier daiul, ster-
lóO. De uitgang loos geeft ontbering te kennen
en komt van het oude woord lieren, nu verliezen;
als: vaderloos, verstandeloos.
151. De uitgang zaani acliter een z.n.w. gevoegd,
beteekent gelijkheid of geneigdheid tot iets, als:
deugdzaam; achter het zakelijk deel eens zegwoords
gevoegd, beteekent hij de geschiktheid of het ver-
mogen om iets te doen ofte lijdeji; leerzaam, werk-
zaam,
152. De uitgang haf tig is van het oude haven, nu
hebben afkomstig, en duidt aan, dat ie(s waarlijk
daarvoor gehouden moet worden, als: heldhaftig.
153. De uitgang achtig, drukt zekere gelijkheid
of overeenkomst uit, en dient om aun te duiden,
dat de zaak als meer of min als zoodanig moet ge-
houden worden, witachtig, leugenachtig,
154. Die I)ijvocg. n.w. welke op sch eindigen,
komen hetzij van andere hijv.n.AV., hetzij van z.n.w.
af, als: aardsch, wereldsch, dageUjksch, enz.