Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
0«. alle woorden, van zegwoorden ontleend en
van ge voorafgegaan ; als: het geschrei, het geroep, enz.
7"=. alle woorden, afgeleid van andere z. nw. voor-
afgegaan door ge of ver, en gevolgd door te; als:
gebergte van berg, verhemelte van hemel; enz.
8°. woorden op sel uitgaande voorafgegaan van
den wortel eens zegwoords, als: beginsel,
Ö". woorden op schap uitgaande, en eene waar-
digheid of verzamelende eenheid uitdrukkende; als:
priesterschap; enz.
lO». zoo ook de woorden, die op dom eindigen
en eene verzameling aanduiden, als: christendom,
priesterdom', enz.
Het onzijdige geslacht is gemakkelijk te kennen,
wanneer men het voor het z. nw. plaatst.
108. Vroeger hadden sommige woorden een ander
geslacht dan zij nu hebben; bijv. school, schilderij,
vroeger onzijdig, nu vrouwelijk. Voorheen waren
tijd en dood vrouwelijk, thans mannelijk.
109. Sommige woorden veranderen niet alleen in
uitgang, om de verschillende geslachten aan te dui-
den , maar somtijds zijn ze zeer verschillend; zoo als:
Mannelijk:
Man.
Heer.
Knecht.
Jongen.
Neef.
Oom.
Vrouwelijk:
Vroutv.
Jxifvrouw.
Meid.
Meisje.
Nicht.
Tante.
Mannelijk: Vrouwelijk:
Broeder. Zuster.
Fader.
Zoon.
Bok.
Haan.
Monnik.
Moeder.
Dochter.
Geit.
Hen.
Non.
110. Sommige woorden doen het geslacht door
den uitgang kennen:
Mannelijk :
Bruidegom.
Kater.
Mt.
Koning.
Vrouwelijk:
Bruid.
Kat.
Abdis.
Koningin.
Mannelijk :
Held.
Dief.
Loopcr.
Boer.
Vrouwelijk:
Heldin.
Diefegge.
Loopster.
Boerin.