Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page

voegen, als: broeder ^ broedersgewoonte, gewoonten-^
tuiuy tuinen y kind^ kinders of kinderen.
101. Er zijn ook z. nw, die geen meervoud aan-
nemen, namelijk, die eene verzamelende eenheid
uitdrukken, als: volk, menigte, inkomsten.
102. Er zijn ook z. nw. die geen enkelvoud aan-
nemen, namelijk, die woorden, welke eene stol
aanduiden zonder op de voorwerpen betrekking te
hebben, als: goudy zilver, zout, kaneel-, alsmede
de woorden, die iets denkbeeldigs uitdrukken.
103. Indien de z. nw. uit twee andere woorden
zijn zamengesteld, daïi neemt slechts het laatste
woord het teeken des meervouds aan, zoo als: 4?/«-
gerhoed, vingerhoeden^ handvol is minder juist dan
hand vol, omdat men in het meervoudig zegt: han-
denvol, en niet handvollen.
104. Men geeft in de taalkunde aan de z. nw.
zoowel als aan dc voorwerpen, die zij beteekenen ,
geslachten.
105. Mannelijk zijn:
Ie. Alle namen van mannen, mannelijke Avaar-
digheden of bedieningen; als: Koning, Hertog, firn-
merman.
2®.. vele woorden, die op em, sem en zem eindi-
gen ; als : bodem , adem , bloesem , bliksem.
3e. vele woorden, die op lm en rm uitgaan; als:
arm, schelm, galm, halm, storm, worm.
4«. woorden, die op er uitgaande, die van een
werking ontleend en op een werktuig overgebragt
zijn; als: snuiter^ waaijer, passer, enz.
5e. woorden op rfom uitgaande en geene verzamelende
eenheid uitdrukken; als: rijkdom, onderdoen, enz.
6®. alle namen van steenen, als zij niet de stof in
het algemeen, maar steenen in het bijzonder aandui-
den; bijv: een robijn , jaspis, smaragd enz.
7®. de namen der maanden en dagen: Januarij,
Woensdag.
106. Vrouwelijk zijn .•
1®. Alle namen van vrouwen, vrouwelijke waar-
2 *