Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
a]s: trouwens^ namelijk^ te weten ^ iinmera, die, cvcii
als de tusscheiiwerpsels, voor of in het midden van
een zin gebruikt worden.
63. Vragen en antwoorden, uitroepingen en toe-
roepingen, elke uitdrukking van den wil, Avaaron-
der ons: goeden morgen, goeden dag, smakelijk eten^
behooren tot de spraakkunstig onvolledige zinnen,
zoo ook spreekwoorden, die oorspronkelijk niets an-
ders dan uitroepingen zijn, als: vrijheid blijheid;
eind goed ^ alles goed, enz,
64. Verkorte zinnen bestaan er eigenlijk niet, even-
min als zamengetrokkene; men denkt altijd een vol-
ledigca zin , al spreekt men dien niet uit. üenken
en spreken is hetzelfde; Avant het denken van den
redelijken mensch is een zich voorstellen in woorden
door middel van <le rede of spraak,
3, Zamengestelde zinnen,
65. Een zin is zamengesteld, wanneer hij een zin,
hetzij een enkelvoudigen, hetzij een zamengevatten
als deel van den zin of zinsnede bevat,
66. Men moet in zamengestelde zinnen goed letten
op de aanwijzende en vragende voornaamwoorden,
het voegwoord dat en zeer vele andere voegwoorden,
die inderdaad niets anders dan bijtvoorden of voor-
zetsels zijn.
67. Om onze gedachten over voorkomende zake i
aan anderen bekend te maken, moeten wij onze ge-
dachten voordragen, en wel in een gepast verband.
68. Deze gedachten hangen zoo opvolgend zamen,
dat zij als onmiddellijk aan elkander behooren, en
een geheel over het onderwerp van behandeling te
kennen geven.
69. Zoodanig geheel maakt een deel der rede uit,
dat op zich zelf volkomen verstaanbaar is, en daar-
om een volzin genoemd wordt.
70. Een volzin kan uit één, twee, drie en meer
gedachten of oordeelen zamengesteld zijn . van welke
ieder een zin uitmaakt.