Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
5Ö. Meostal worden de leden van een zaïneiigevat-
tcii zin met elkander verbonden door een voegwoord.
Voorbeelden:
Goud en zilver verschillen in gewigt. — Werken
en bidden moeten zamen gaan. — Een waar held is
noch vreesachtig, noch roekeloos. — Dat noem ik
geen wandelen , maar loopen. — Gevoel en zinnelijk-
heid zijn eigenschappen van de dieren en van de
menschün, maar niet van de planten.
57. Niet altijd wordt het verband der leden van
zameiigevatte zinnen door een voegwoord uitgedrukt.
Voorbeelden.
Zijne ouders, zijne geheele familie, was hij tot
last, tot schande; — de dieren en de menschen
hebben gevoel en zinnelijkheid, de planten niet.
58. De leden van een zamengevatten zin kunnen
eenvoudig nevens elkander gesteld worden, zonder
dat de verbinding of tegenstelling door eenig woord
wordt uitgedrukt, bijv. :
Uw broeder of zuster, een van beiden zeker, heelt
het gezegd, — niet aan mij alleen, openlijk, in het
volle gezelschap.
59. Midden in een zin kan ook een andere zin ge-
voegd worden, dan noemt men dien tnsschenzin, bijv.:
In mijne jeugd, ik herinner het mij nog zeer goed ,
stond hier een oud gebouw. — De schrijftaal, meent
men gewoonlijk, maar zeer te onregt, is de ware
taal, zoo als zij wezen moet.
60. Het spreekt van zelf dat een tusschenziii in
zich kan bevatten een onderwerp, gezegde, voorwerp
of bepaling.
61. Ook kan een tusschenzin bestaan uit een en-
kelvoudigen of zamengevatten zin.
Voorbeeld :
Do liefde des vaders, het is waar en bewezen,
waakt voor het welzijn der kinderen.
1,2. Tot de uitdrukkingen, die op zich zelfeen zin
uitmaken , behooren de uitroepingen , tusschenwerp-
scls ('11 kl.Tnkiialiontsiiigcn, even al^ de bijwoorden.