Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Buiteijgewoon vlijtige kinderen worden hoven an-
deren geacht. — De papegaai kan leeren praten.
Ieder mensch wil gelukkig zijn, — Harde noten
zijn moeijelijk te kraken. — Menige last is zwaar te
dragen. — Vele menschen wanen gelukkig te zijn.
50. Een zin kan uitgebreid worden door het bij-
voegen van eene nieuwe betrekking, voorwerp
ten , waarop de daad van het zegwoord overgaat, als:
De zoon eert den vader. — Het meisje liefkoost
hare moeder. — De onderwijzer straft den jongen.
De vlijtige werkman bemint den zwaren arbeid.
51. Een zin kan door beschrijvende of omschrij-
vende bepalingen omschreven worden, deze bepalin-
gen zijn dus wijzigingen in de algemeene uitdrukking.
52. Tot het gemakkelijk aanbrengen van die wijzi-
gingen dienen ons bovenal de voorzetsels, welke voor
de namen van personen of zaken gesteld, de meeste
omschrijvende bepalingen vormen.
53. Enkele uitdrukkingen zijn omschrijvend zonder
voorzetsels.
Omschrijvende bepalingen zonder voorzetsels.
Aanmeiliing. De bepalingen zonder voorzetsels kun-
nen alleen ten doel hebben, om ofeenetoekenning of
eenen bezitter aan te duiden, dat ook, door de voor-
zetsels aan en van te gebruiken , kan gescln'eden.
De storm is den schepelingen schadelijk.— Dankzij
den weldadige.— Een brave zoon loont zijnen vader
de zorgen.— De bosschen leveren den mensch brand-
hout. — Roovers ontrooven anderen hnnne goederen. —
De wind is eene beweging der lucht. — De spraak
is het eigendom der menschen. — De steenen der
straat zijn niet schoon.— De knecht des lioutkoopers
klooft het hout. — Het bevel eens veldheers is de
wet der soldaten. — De bewoners van elke landstreek
beminnen den grond luuiner geboorte. — De geiten
eten gaarne de bladeren der boomen. — De zeelieden
bevaren de groote wateren der aarde.
54. ïn de omschrijvende bepalingen met voor/.etsels