Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scanScanned page
57
verlengde klanken , tiveeklanken, verlengde tweeklan-
ken en drieklanken;
verlengde klanken zijn: aa, ee, ii (ij,) oo, uu;
tweeklanken zijn: au, ei, eu, ie, ou, oe, ui]
verlengde tweeklanken zijn: aai, aau, eeu, ooi; drie-
klanken : ieu, oei.
2^7. De kliniters a, e, en u zijn kort of lang in
de uitspraak; de e en o zijn zachtkort of zachtlang,
schcrpkort of scherplang.
Kort is de a in dag, lang in dagen;
kort is de i in min, lang in mijn;
kort is de u in gun, lang in schuur;
zachtkort is de e in dewijl, zachtlang in geven;
scherpkort in schel, scherplang in steenen-,
zachtkort is de o in stom, zachtlang in mogen;
scherpkort in bot, scherplang in brooden.
268. Lijst van woorden welke met ee geschreven
worden:
Aheelen,
alleenig,
aireede.
Beenen,
beeren,
beeten, (m.
d weepen,
Eeden , (m.
van eed),
eene,
eere.
, - Filomeelen,
yanbeetwor- fl.emen,
, fluweelen.
begeeren, -
beheeren, Gareelen,
bekkeneclen, gedwee,
beleedigen, geene,
bezeeren,
bleeken ,
bleeten,
bordeelen,
breede.
geeselen,
geheele,
gemeene,
gereeder,
graveelen,
greenen.
heeten,
houvveelen.
Juweelen.
Kaneelen,
kameelen ,
kanteelen,
kapiteelen,
kasteelen ,
keeren ,
keeten (van
keten, ket-
ting),
kleeden ,
kleene,
korbeelen,
krakeelen,
kreete,
leelijk,
leeraen ,
■ leenen ,
. leeper,
leeren.
Meede, (ho-
ningdrank),
meenen,
meewarig,
meezen,
moskee.
Naweeën.
Oordeelen.
Paneelen,
penseelen,
priëelen.
Ree,
Deesen , (m. _ , ^ , —,
van deeg), Heelen(gene- ^warteelen, keepen,
deelen, zen), Wecken. Sch^'
deesem. heescher, Leeken, scheenen,