Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
11. Over de tusschenwerpsels.
257. Tusschenwerpsels drukken de gewaarwordra-
gen en aandoeningen der ziel uit. Zij worden ver-
deeld in in- en uitwendige.
258. Tot de inwendige hehooren de uitdrukkingen
van blijdschap, smart, verlangen , verachting, enz. j
als: hei! ha! heisa! ach! och! o wee!
259. Tot de uitwendige behooren die tusschenwerp-
sels, welke eenen klank of een geluid nabootsen,
als : plomp, krik , krak , bons , paf.
DEBDE HOOFDSTUK.
spelliitn en ditsfraak.
260. Schrijven is de gewaarwordingen uitdrukken
voor het oog. Wij stellen dus in ons schrijven die
klanken voor, welke in de uitspraak gehoord worden.
261. De uitspraak is zelden zuiver en bepaald;
men moet acht geven op de afleiding, het spraakge-
bruik, en de welluidendheid.
262. De spraak bestaat uit geluiden, welke niet
zamengesteld zijnde, letters genoemd worden.
263. Tot het schrijven van echt Nederlandsche
woorden gebruiken wij 22 letters; a, b, d, e,f, g,
h, i, j, k, l, m, n, o, p, r, s, t, u, c, w, z; —
c, q, X, y, zijn letters die men gebruikt in woorden
van vreemde afkomst. Dubbele medeklinkers zoo als
ch, ng, nk vormen eene onafhankelijke uitspraak en
kunnen als afzonderlijke letters worden aangemerkt.
264. De letters worden verdeeld in klinkers en mede-
klinkei-s.
265. Klinkletters of klinkers zijn die letters welke
door het openen van den mond gevormd worden en
op zich zeiven een vollen klank geven. Zij zijn:
a, e, i, O en n.
266. Door de verbinding der klinkers ontstaan: