Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Auteur: Maas, J.P. van der
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1855
Opmerking: 1. Zinsontleding. 2. Woordgronding. 3. Spelling en uitspraak. 4. Woordvoeging. 5. Zinscheiding
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-93
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204217
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: ingerigt naar de behoefte van onzen tijd
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
171. Ons neemt in het mannelijk geslacht eene c
aan , bijv.: onze honing.
172. De bezittelijke voorn.w. door geen z.n.w. ge-
volgd, worden als z.n.w. verbogen, bijv. voor net
mannel.
31 e e r v o u d :
de mijnen j
der mijnen-
den mijnen :
de mijnen.
, hare en hunne wor*
Enkelvoud:
1. de mijne;
2. des mijnen ;
3. den mijne;
4. den mijne.
Het mijne, onze, uwe , zijne
den niet verbogen.
173. Vragende voornaamwoorden duiden eene vraag
aan en zijn: loie, welke ^ wat en hoedanig. Met wie
vraagt men in het algemeen naar personen, met
wat naar onbezielde voorwerpen , met ^oelk naar be-
zielde en onbezielde voorwerpen cn met hoedanig
naar de hoedanigheid dier voorwerpen; als: Wie
overwon als veldheer? — Wat deed hij? Welke
soldaten, welke krijgsbehoeften waren beter? Hoeda-
nig was zijn gedrag?
174. De verbuiging van wie cn welke is:
M a n n e 1 ij k :
1. wie; welk (e);
welks;
2
wiens
Enkelvoudig.
V r o u Av e 1 ij k :
wie; welke;
wier; welker;
3. wien; welken; wier; welker;
4. Avien; Avelken. wie; Avelke.
Meervoudig.
1. wie; welke; wie; Avelke;
2. wier; Avelker; Avier; Avelker;
3. wien; welken; Avier; welker;
4. wie; welke.
Avie; Avelke,
O n z ij d i g :
welk;
welks;
welk;
Avelk.
welke;
welker;
welken ;
welke.
175. W'^at Avordt in'et verbogen, en hoedanig volgt
de verbuiging der bijvoegelijke naamwoorden.
176. Neemt toelke en hoedanig het woordje een