Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Derde stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1894 *
21e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 58 : 21e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204213
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Bij de ontvangst bemerkt hij, dat 7 balen er van
beschadigd zijn. Als hij voor deze slechts twee
derde deelen van den prijs betaalt: met hoeveel
kan de koopman dan voldoen ?
271. Een kaaskooper heeft 240 kazen gekocht, door
elkander wegende 8.5 K.G., tegen 22,5 cent de 5
H.G. Nadat de kaas een tiende gedeelte is inge-
droogd, verkoopt hij ze met eene winst van 110,16 gl.;
tegen hoeveel heeft hij de 5 H.G. verkocht?
272. Maar stel eens, dat hij die kaas verkocht toen er
slechts een twintigste gedeelte van ingedroogd was,
met eene winst van 128,20 gl. Zoo hij er nu
eerst 1150 K.G. van verkocht tegen 11 stuivers de
K.G., hoeveel had hij dan voor de K.G. van de
rest gemaakt ?
273. Aan de buitenzijde vaii een rad, dat 3,5 M. mid-
dellijn heeft, kruipt een insect en vordert 4 cM. per
minuut. Hoelang zal 't werk hebben om den
geheelen omtrek rond te kruipen ?
274. Hoeveel is de waarde van 25 kub. c.M. goud,
berekend naar 150 gl. de H.G., als 't soortelijk
gewicht ■ van 't goud 19,36 is ?
275. Van zeker rijtuig hebben de voorwielen 7 d.M.
middellijn en de achterwielen 10,5 d.M. Hoe
menigmaal moeten de eerste wel ronddraaien tegen
dat de laatste 't 2700 maal doen ?