Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Derde stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Zutphen: W.J. Thieme & Cie, 1894 *
21e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 58 : 21e dr. (dl. 3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204213
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
dänische el: hoeveel wint hij er dan op? (De oude
el = 6,88 d.M.)
246. Een korenkooper heeft eene partij rogge gekocht,
groot 504 H.L., tegen 165 gl. de 30 H.L. Bij ver-
koop meet hij 2,5 H.L. in en wint, behalve 48,17
gl. onkosten, nog 580 gl. Wilt gij eens uitrekenen,
tegen hoeveel hij den H.L. verkocht heeft ?
247. Een blok marmer, dat 1,5 M. lang, 1,2 M. breed
en 2,5 M. dik is, weegt 967,5 K.G. Hoeveel zal
dan een blok marmer wegen, dat anderhalf maal
zoo lang, breed en dik is, als de soortelijke
zwaarte gelijk is ?
248. Een kruidenier heeft 20 balen koffie gekocht, die
door elkander 52,5 K.G. wegen, tegen 42,5 cent
de halve K.G. en betaalt nog 30 cents onkosten
per baal. Hij brandt ze en verliest daardoor een
vijfde gedeelte in 't gewicht. Zoo hij nu die kof-
fie in 't klein verkoopt tegen 32,5 cent de der-
dehalve H.G.: hoeveel wint hij dan op die partij,
als de onkosten van 't branden nog 75 cents per
baal bedragen ?
249. Naderhand kocht hij weder 10 balen tegen denzelf-
den prijs als de vorige, maar hij verkocht ze ter-
stond tegen 87,5 cent de K.G. Als gij nu weet,
dat hij 11,87 gl. met dien handel heeft gewonnen,
kunt gij dan zeggen, hoeveel iedere baal woog?
250. Een grutter had een partijtje erwten groot 11,25
hektoliter. Hij verkocht die in 't klein met een
halven stuiver winst per liter. Als nu zijne ont-
vangst 188,375 gl. bedroeg, tegen hoeveel had hij
dan den hektoliter ingekocht?
251. Als 30 H.L. tarwe in prijs gelijk staat met 40 H.L.