Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
cents 'l stuk, waardoor zijne schade juist hersteld wordt.
Hoeveel eieren waren er in de mand?
23. Een slager slacht twee ossen en verkoopt die op de
volgende voorwaarde. Hij geeft 1000 K.G. voor niets
maar laat de overige K.G. vleesch betaleQ mee 3 gl. en 't
vet met ö'/a de K.G. Als nu de K.G. door elkander
50 cents kost en 't vleesch tot het vet staat als 8:1,
vraagt men naar de zwaarte van de ossen.
24. A., B. en C. koopcn te zamen eenig land, dat jaar-
lijks 360 gulden zuiver opbrengt. Zoo A. en C. samen tot
den koop 4000 gl. bijdragen en B, die daartoe 500 gl.
meer geeft dan A., van die opbrengst ontvangt, hoeveel
bedraagt dan de koopprijs van het land?
25. Zuiver goud heeft een gehalte van 24 karaat (over-
eenkomende met '""Viooo fii'i'j de karaat wordt verdeeld
in 12 penningen. Hoeveel goud van 22 karaat en 3 pen-
ningen zal men bij 11 H.G. goud van 17 karaat moeten doen,
om 't mengsel op een gehalte van 19 karaat te brengen ?
26. Een koopman heeft 6000 K.G. waren gekocht tegen
25 cents de K.G. en betaalt bij den inkoop eenige on-
kosten. Bij den verkoop wint hij I2V2 pCt., doch hij
zou 20°/o gewonnen hebben, als hij geene onkosten had
betaald. Bereken hieruit, hoeveel die onkosten beliepen.
27. Op eene weide staat een schaap aan een touw, dat
1,75 M. lang is; het heeft dan voor 1,5 dag gras genoeg.
Zoo men 't nu gezet had aan een touw, dat viermaal zoo
lang was: hoeveel dagen had het dan gras gehad?
28. Iemand zond een kousenwever 8 pond (Amst.) wol,
waarvan deze hem kousen moest weven, terwijl de wever
voor 't loon wol zou terughouden. Hoeveel paar kousen zal
hij dus geleverd hebben, als 't weefloon van een paar
972 stuiver is, een pond wol 3 gl. geldt en een paar
kousen 12 oude looden weegt? (1 pond = 32 lood.)
29. Een smid legt banden om de wielen van oen rijtuig,