Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
eerste met 1530, die der beide laatste met 1788 eu die
vau 't eerste en laatste met 1488, dan bekomt men suc-
cessievelijk de jaartallen in welke de koningen Hendrik
Karei I en Lodewijk XVI op eene gewelddadige wijze
't leven verloren. Welke zijn de bedoelde jaartallen ?
213. Drie langwerpig vierkante kisten, welker inhouden
tot elkander staan als de getallen 12, 16 en 17, kunnen
te zamen 33 H.L. koren bevatten. Als gij nu weet, dat
de kleinste 1 M. lang en 8 d.M. breed is, de tweede 12
d.M. lang en 8 d.M. breed en de grootste 1,5 M. lang
en 9 d.M. breed ; bereken dan eens, hoe hoog elke kist is.
214. Een rechthoekig stuk 'land, 40 D.M. lang en
6®/2o d.M. breed, wordt door eene sloot in de lengte in
twee gelijke deelen gescheiden, 't Overblijvende land
kan met de uitgegraven aarde juist een d.M opgehoogd
worden. Zoo gij nu weet, dat de sloot boven 47-2 en
beneden 3'/2 M. breed is; hoe diep is zij dan?
215. Een winkelier heeft gekocht 12 kisten thee, ieder
van 84 kilogram tegen een halven cent de 2 gram, en
verkoopt die tegen 31,5 cent de hektogram, terwijl hij
dan juist 2570 wint. Bereken nu eens, hoeveel overwicht
hij op de geheele partij gegeven geeft.
216. Een lakenkooper heeft 3 stukken laken ontvan-
gen, te zamen 125 meter lang, die hem juist 1000 gul-
den kosten. Bij verkoop ontvangt hij 9 gl. voor den
meter en wint dan 8*'/q. Bereken eens, hoeveel overmaat
hij per meter gegeven heeft ?
217. Een kapitaal, dat gedurende 8 maanden a 5
proc. 's jaars heeft uitgestaan, heeft in dien tijd 55 gl.
meer opgebracht, dan 't veertigste deel van het kapi-
taal bedraagt. Hoe groot is 't genoemde kapitaal ?
218. Drie arbeiders hebben een werk aangenomen voor
550 gl. A. en B. kunnen 't samen afmaken in 26'73 week,
B. en C. samen in 48 weken en A. en C. samen in 30