Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31
zijn kapitaal notemuscaat heeft gekocht, wint 100,„ en
B., die 't zijne in foelie heeft besteed, maar 8 proc. Bere-
ken daaruit, hoeveel ieder heeft ingelegd.
195. Eene partij koopwaren wordt met 12®/q winst
verkocht voor 2150,40 gl. Indien men de K.G. een dub-
beltje goedkooper had moeten afzetten, zou men op de
party 7,68 gl. verloren hebben, lloe groot was de partij ?
196. Een ijzeren vat, in den vorm van een cilinder,
kan gevuld worden met 5,775 H L. Als gij weet, dat
het 7 d.M. wijd is en zonder deksel, hoeveel zal dan dat
vat kosten, als' t ijzer gerekend wordt tegen 5 gl. den □meter ?
197. Eene kuip ontvangt water door twee pijpen. De
hoeveelheden water, die zij geven, staan tot elkander als
4 ; 5. Zoo zij beiden te geljjls: openstaan, vullen zij de kuip
in 8 uren. Zeg eens in hoeveel tijd ieder afzonderlijk
het kan doen.
198. Zoo gij 't voorgaande voorstel goed begrepen hebt,
reken dan ook dit eens uit. Een vat ontvangt water door
twee kranen, wier water geven tot elkander staat als 3 : 5 ;
terwijl 't water wegloopt door twee andere kranen, tot elk-
ander staande als 5 : 7. Door de eerste twee kan 't vat
gevuld worden in 12 uren en door de laatste twee kan
't leeg loopen in 20 uren. In hoeveel uren kan 't vat,
leeg zijnde en alle kranen open staande, gevuld worden ?
199. Maar als men eens de grootste kraan boven en
de kleinste kraan onder gedurende 10 uren had opengezet
en daarna ook de andere twee: in hoeveel uren zou dan
t vat vol zijn?
200. A. krijgt eene lading rogge uit Dantzig, en be-
fcekent dat deze hem, alle onkosten mede gerekend, op
fe,5 gl. den H.L. komt. Hij verkoopt er 1500 H L. van
net 20% winst; doch is genoodzaakt de rest met 4%
Ferlies te verkoopen. Indien hij nu bij slot van rekening
1072,50 gl. op die lading gewonnen heeft: uit hoeveel
H.L. bestond zij dan?