Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
Zoo hij nu rekent, door elkander lö'/g "/„ in 't jaar ge-
wonnen te hebben : hoeveel heeft dan iedere partij gekost ?
177. Als men de getallen, welke de jaren van twee
broeders aanwijzen, met elkander vermenigvuldigt, bekomt
men tot product dezer getallen 504; en als men ze in
elkaar deelt tot quotient ly,. Kunt gij hieruit den ouder-
dom dier broeders bepalen?
178. Iemand verkoopt eenige H.A. land, 't ''/rj ge-
deelte ä 1000 gl. de H.A. en de rest a 700 gl ' Hij
bevindt alzoo bij den tweeden verkoop 300 gl. meer ver-
loren te hebben, dan hij aan den eersten verkoop wint;
terwijl de geheele winst tot het geheele verlies staat, als
3 : 4. Hoeveel H.A. heeft hij verkocht?
179. Een graankooper verkoopt eenige H.L. tarwe
voor 3656.25 gl. met 12'/., winst, daarna nog 195 H.L.
!i 8'/,) gl. den H.L., met S'V,, proc. verlies en eindelijk
nog 180 H.L. met 5"'/i.3 pi'oc. verlies. Indien hij deze
drie partijen tegen een en denzelfden prijs heeft inge-
kocht, vraagt men, hoeveel hij in alles gewonnen of
verloren heeft.
180. Een jonge boer koopt 20 koeien, 8 paarden en
25 schapen. Voor een paard besteedt hij anderhalfmaal
zooveel en 40 gl. als voor eene koe, en voor een schaap
Yj; maal zooveel min 4 gl. Als gij nu weet, dat hg er
in 't geheel 3920 gulden voor heeft uitgegeven, bereken
dan eens, hoeveel hij voor een schaap heeft besteed.
181. C. heeft eenige balen koflfieboonen gekocht, we-
gende te zamen 3150 K.G. tegen 80 cents de K.G. Door 't bran-
den verliest hij 10 % i^i gewicht en heeft nog 25 gulden
onkosten. Zoo hij nu 5 % wil winnen en 5 "/„ overwicht
gev«n: tegen hoeveel moet hij dan de K.Gr. verkoopen?
182. Vier en zestig kuben, ieder van 216 c.ÄR opper-
vlakte, worden zoo op en naast elkander geplaatst, dat
zij te zamen één grooten kubus uitmaken. Kunt gij