Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
171. Iemand had twee partijtjes aardappelen van ver-
schillende soort, doch van gelijke hoeveelheid, tegen den-
zelfden prijs gekocht. Voor den H.L. van de beste soort
ontving hij 4,50 gl. en won er 54 gl. op; de andere was
hij verplicht tegen 3,06 gl. den H.L. af te leveren en ver-
loor er 32,40 gl. op. Hoe groot was elke partij ? Tegen
hoeveel was de H.L. ingekocht? Hoeveel pCt. heeft hij
gewonnen, beide partijen door elkander rekenende?
172. Een garnizoen van 3600 man kan 18 weken met
zijn voorraad koren toekomen, zoo ieder man dagelijks
6 H.G. brood ontvangt, doch 't wordt met 400 man
vermeerderd en nu ontvangt elk man 10 weken lang
dagelyks 5 H.G. Na verloop van dien tijd wordt het
weder met 1900 man vermeerderd, die half zooveel koren
medebrengen als 't garnizoen nog heeft. Hoeveel brood
kan ieder man nu dagelijks ontvangen, zoo men nog
12 weken met het koren moet toekomen?
173. In een oliebak, lang 1 M., breed 6 d.M. en
diep l'/2 M., komt van achteren een lek, ly^ d.M. be-
neden den rand. Indien men nu den bak zoo schuin zet,
dat er niets uitlekt, hoeveel olie kan die bak dan op zijn
hoogst bevatten?
174. A. geeft een factoor 3000 gl. om handel te drijven,
mits deze daarbij legge 500 gl., zullende deze dan van de
winst genieten. Indien nu een tweede persoon B. op dezelfde
voorwaarden 200 gl. bijbrengt, en de geheele winst 910 gl.
bedraagt: hoeveel krijgt ieder dan van de winst?
175. Hoe lang moet een zeker kapitaal tegen 12 Va %
's jaars uitstaan, opdat het zooveel aan interest opbrenge,
als het aan kapitaal en interest zou bedragen hebben,
indien 't tegen 4% 's jaars had uitgestaan?
176. Een korenkooper heeft twee partijen graan ge-
kocht voor 3600 gl. Na 5 maanden verkoopt hij de eene partij
met eene winst van ten 100; terwijl hij de tweede partij
2 maanden later verkoopt met eene winst van 7 procent.