Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Hij ontvangt ook zooveel nieter; maar 't laken gekrompen
zijnde, bevindt hij dat het 13 meter korter geworden
is, terwijl de breedte, die vóór 't krimpen 144 centimeter
was, thans slechts 13,8 decimeter bedraagt. !Men vraagt
hoeveel laken van dezelfde soort hem nog gegeven moet
worden, om 't bepaald getal uniformen te kunnen maken,
als hij ook het laatste laken krimpt?
159. A. en B. handelen in compagnie. A. voor 8 en
B. voor 9 maanden. De eerste, die 600 gulden meer
inlegt dan de tweede, krijgt 38 gl. meer dan de helft
van de winst, welke in het geheel 436 gl. bedraagt. Be-
reken daaruit, hoeveel ieder ingelegd heeft.
160. Teller en noemer eener niet te vereenvoudigen
breuk maken zamen 93 uit. Als men den teller met 2
vermeerdert en den noemer met 4 vermindert en ze dan
behoorlijk vereenvoudigt, bekomt men eene breuk, die
door omkeering l'/ij maal zoo groot wordt. Welke is de
onvereenvoudigbare breuk ?
161. Een landman, die zijn hooi mende, beschadigde
met de laatste vracht op den eersten dag zijn vfagen, waar-
door hij genoodzaakt was in 't vervolg '/,■; minder te laden.
Na zóó drie dagen gewerkt te hebben, bezeert zich een zijner
paarden, daardoor moesthij een vierdegedeelte van 't overige
minder laden en langer over iedere vracht doen. Hoeveel
dagen heeft hij nu nog werk, als hij zonder ongelukken
't geheele werk in 13 dagen had kunnen doen?
162. Iemand betaalt van 4000 gl. na eenigen tijd
120 gulden rente en van 5000 gl., tegen een gelijk pCt.
's jaars, 100 gl. Indien gij nog weet, dat de som der
maanden, die ieder kapitaal heeft uitgestaan, 15 bedraagt;
hoe lang heeft ieder kapitaal dan uitgestaan ?
163. A. en B. hebben ieder eenig geld. A. heeft
zooveel rijksdaalders als B. guldens. Als A. nu aan B.
18 rijksdaalders gaf, zouden zij beiden evenveel bezitten.
Hoeveel rijksdaalders bezit A.?
164. Drie personen handelen te zamen. A. legt 600 gl.