Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
hij nu in 't geheel 520 gulden interest betaalt; hoeveel
heeft hij dan wel van ieder geleend ?
145. Iemand koopt eenige vaten suiker, wegende te
zamen 3600 kilogram voor 2160 gl. Hij verkoopt daar-
van een gedeelte aan A. tegen 70 cents de K.G.; doch is
door daling genoodzaakt de rest aan B. te verkoopen a 55
cents. Als hij nu bevindt nog 195 gl. gewonnen te heb-
ben, hoeveel heeft hij dan aan ieder verkocht ?
146. Een koopman heeft twee stukken laken van ge-
lijken prijs per M., doch de lengte van 't eerste staat tot
die van 't laatste als 1 : 3. Als hij den M. van 't eerste
verkoopt togen 6 gl. en van 't tweede tegen 4,50 gl.,
dan verliest hij 5 rijksdaalders; doch kon hij beide stukken
verkoopen tegen 5,50 gulden den M., dan zou hij 50 gl.
winnen. Hoe lang is ieder stuk?
147. A. leent aan B. voor den tijd van 8 maanden
een zekere som a 4% 's jaars en ontvangt daarvan aan
interest 4 gulden meer dan '/^j deel van 't kapitaal. Hoe-
veel heeft A. geleend ?
148. De jaren van twee personen staan tot elkander
als 8: 11. Indien de jongste 5 jaar ouder en de oudste
8 Jaar ouder was, dan stond de ouderdom van den eenen tot
dien des anderen als 7: 10. Zoudt gij hieruit ieders
ouderdom kunnen bepalen?
149. Om eene rondo tafel kunnen 11 personen zitten,
als ieder 6 d.M. van den omtrek beslaat. Hoeveel zal 't
blad van die tafel kosten, als de d.M-. op 10 cents
berekend wordt'?
150. A. is aan B. schuldig 3600 gl., te betalen over
9 maanden. Na 5 maanden evenwel betaalt hij reeds een
gedeelte, onder voorwaarde, dat hij de rest dan nog
10 maanden kan houden, waardoor geen van lieiden schade
lijdt. Welke som heeft A. na vijf maanden betaald?
151. Twee personen drijven handel. A. handelt met
600 gl. meer dan B., doch A. wint 10 en B. 20 pCt.