Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
138. Iemand had twee zakjes met geld; in 't eene
waren 20 gouden en in 't andere 20 zilveren stukken.
Als er in 't eerste 12 stukken minder en in 't andere
12 stukken meer geweest waren, zou de waarde gelijk
geweest zijn; doch nu was't tweede 150 gl. minder waard
dan 't eerste. Welke stukken waren 't?
139. Een oliekooper heeft een cilindrische maat van
5 liter inhoud, die van binnen 1,4 decimeter wijd is.
Hoe hoog is die maat?
140. Een koopman geeft een factoor 2040 gl. om
mede te handelen, zullende deze voor zijne moeite ge-
rekend worden alsof hij er 420 gl. bijvoegt. Een tweede
koopman voegt er zich bij op dezelfde voorwaarde met
5100 gl.; terwijl er tevens bepaald wordt, dat de fac-
toor er zooveel zal bijvoegen, dat hij een derde van de
winst krijgt. Hoeveel legt de factoor er bij ?
141. Van twee breuken is de som 1®/(ig7. De tellers
en noemers zijn ondeelbare getallen, die respectievelijk
eene rekenkundige reeks vormen waarvan de som 80
is. Welke zijn de hier bedoelde breuken?
142. Vier personen hebben een werk aangenomen voor
120 gulden. A. werkt er 22 dagen aan, B. 16, C. 24 en D.
18 dagen. Als nu overeen wordt gekomen, dat B. en C.
20 cents per dag minder zullen verdienen dan A. en D.,
vraagt men, hoeveel C. van dat geld zal ontvangen?
143. Een lakenkooper ontvangt eenige stukken laken,
welke hij verkoopt a 7,50 gl. den meter, en bevindt dan
217g % te winnen; maar hij zou 25 °/o gewonnen hebben,
als hjj niets had ingemeten. Kunt gij hieruit bereke-
nen, hoeveel hij op 100 meter ingemeten heeft?
144. Iemand heeft twee kapitalen op int. genomen.
Van A. heeft hg eene zekere som voor 1,5 jaar en van B.
1200 gl. meer voor 8 maanden; terwijl hij van de eerste
som 5 en van de laatste 4 's jaars zal betalen. Als