Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
131. Vier menschen deelen 70300 gl. B. ontvangt
er 200 gl. meer van dan tweemaal 't aandeel van A.;
C. 300 gulden meer dan driemaal 't aandeel van B.;
terwijl D. op 400 gl. na viermaal zooveel ontvangt als
C. Hoeveel ontvangt ieder van die som?
132. Drie mensehen nemen een werk aan, dat zij samen
in 20 dagen kunnen afmaken. Als A. en C. er 12 dagen aan
werken, kan B. de rest in 30 dagen afmaken. In hoeveel
dagen zou B alleen 't geheele werk kunnen voltooien?
133. Zoudt gij nu ook kunnen berekenen, in hoeveel
dagen A. en C. samen 't geheele werk zouden kunnen
afmaken ?
^
134. In een bak, 4 d.M. lang, 4 d.M. breed en 8
d.M. diep, doet iemand 30 L. wijn van 70 cents den L.,
waarbij hij nog eene zekere hoeveelheid voegt van 90
cents den L. Van dit mengsel tapt hij 52 L. af, die hij
met 25 % winst verkoopt voor 54,60 gl. Men vraagt
hoe hoog de nog overgebleven wijn in den bak zal staan ?
135. Het kapitaal, dat A. bezit, staat tot dat van B.
als 6 : 5, en 't kapitaal van B. staat tot dat van C. als
3 : 4. De som hunner kapitalen is gelijk aan de som eener
rekenkundige reeks van 265 termen, waarvan 't verschil 3
en de laatste term 796 is. Hoe groot is ieders kapitaal ?
136. Drie personen hebben ieder eenig geld, te zamen
96 gl. uitmakende. A , die 't meeste heeft, geeft aan
B. en C. zooveel als ieder reeds bezat; daarna geeft B.
aan A, en C. zooveel als ieder toen bezat, en eindelijk
geeft C. aan A. en B. zooveel als zij bij de vorige ver-
deeling reeds hadden, waarna zij ieder evenveel bezitten.
Hoeveel had ieder voor de verdeeling ?
137. Iemand neemt geld op interest onder voorwaarde,
dat hij 't j gedeelte der som met den daarop verloopen
interest zal terugbetalen over 3 maanden, en de rest
over een jaar. Als nu voor 't eerste gedeelte 3645 gl.
en voor 't tweede 1260 gl. betaald wordt, hoe groot is
dan 't kapitaal en tegen hoeveel "/o 'sjaars staat 'tuit?