Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
4 's jaars. Aan kap. en int. ontvangt hij in't geheel
13183 gl. terug; hoe groot is ieder kapitaal?
108. Hoe groot is de inhoud van een recht, drie-
zijdig prisma, waarvan de hoogte 6 d.M. en 't grond-
vlak een rechthoekige driehoek is, waarvan de rechthoeks-
zijden 12 en 16 cM. zijn ?
109. Zoudt gij ook van dit prisma de geheele opper-
vlakte kunnen berekenen?
110. Bereken nu nog eens den inhoud van een vierzijdig
prisma, ter hoogte van 12 d.M., welks grondvlak
eene ruit is, waarvan de grootste diagonaal 6,4 d.M. en
de kleinste 4,8 d.M. is.
111. Bereken nu ook eens de oppervlakte van dat
prisma.
112. A., B. , C., en D. leggen te zamen een kapitaal in.
De inleg van A. staat tot dien van B. als 4:5. A. en C.
krijgen samen ^jc, en C. en D. samen '/o van de winst;
terwijl A. voor zijn aandeel 240 gulden daarvan ontvangt.
Als nu A., C. en D. te zamen hebben ingelegd 3900 gl.,
hoe groot is dan ieders inleg ?
113. A. zal eenen factoor geven 7000 gl. om daar-
mede te handelen, en als deze er 1000 gl. bijvoegt, zal
hij '/V, van de winst bekomen. A. bepaalt echter zijn in-
leg op 3500 gl.; hoeveel zal nu de factoor er moeten
bijleggen om '^/j; van de winst te bekomen?
114. A. en B, leggen samen 5475 gl. in om te han-
delen. A. laat zijn geld 9 en B. 6 maanden in den handel.
Zij winnen 20 's jaars en bevinden na geëindigden
handel aan kapitaal en winst 6135 gl. te hebben. Hoe-
veel komt ieder van de winst toe?
115. Iemand heeft een stuk lood in den vorm van
een kubus, 8'//, c.M. lang. Hoeveel kogels, die c.M.
middellijn hebben, zou men daarvan kunnen gieten; voor-
onderstellende, dat er door 't smelten en vervaardigen
niets verloren gaat?