Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
gelijke lengte, t.w.: 6 stukken en 5 M. van 126 gl. 't
stuk, 8 stukken en 15 M. van 108 gl.'t stuk en 5 stukken
en 9 M. van 132 gl. 't stuk. Als hij nu voor al dat
laken 2375,50 gl. betaalt, vraagt men, hoeveel M. er in
't geheel geweest is.
88. Een koopman geeft zijn factoor 3300 gl. om han-
del te drijven, met belofte, dat deze ', 4 der winst zal ge-
nieten voor zijne moeite. De factoor, goede winst voor-
ziende, legt er zooveel bij, dat hij Y^ der winst krijgt.
Hoeveel heeft hij er bijgelegd?
89. Iemand heeft een baaltje koffieboonen gekocht met
10''/o tarra boven 't 100, voor 90 gl. Nadat hij ze ge-
brand heeft, verkoopt hij de K.G. voor 112,5 cents en wint
dan 25"/,,; doch hij zou 33'/g °/o gewonnen hebben, als
hij door 't branden niets verloren had. Zeg nu eens, hoe-
veel de baal gewogen heeft.
90. Een veehandelaar koopt van een boer viermaal zoo-
veel koeien als paarden; een paard en eene koe kosten
samen 200 gl. en een paard kost 20 gl. meer dan eene koe.
Hoeveel paarden en koeien heeft hij gekocht, wanneer het
aantal guldens, dat hij besteedt, gelijk is aan 3534400 ?
91. Een stuk linnen, waarvan de lengte onbekend is,
staat tot een ander stuk in de lengte als 1 : 3. Wanneer men
den M. van 't tweede stuk verkoopt tegen 1,25 gl. wordt er
30 gl. op gewonnen, doch verkoopt men den M. a 0,875 gl.,
dan wordt er 15 gl. op verloren. Hoeveel is de waarde
der beide stukken, ze tegen denzelfden prijs rekenende?
92. In zekere stad moesten de eigenaars der huizen
'/,„ van de huur aan belasting betalen. Deze werd van
Vlo verhoogd tot op ' Met hoeveel pCt. moesten de
eigenaars de huur verhoogen, om evenveel als vroeger
van hunne huizen te trekken?
93. Vier reeders rusten een schip uit, waarvan A. en
C. en D. de rest toekomt. A. heeft er zoo menig-
maal 3 gl. aan betaald als C. 2 gl.; terwijl B. en D. samen