Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
ken verdeeld. Zoo de slooten 4 M. breed zijn: hoe groot
is dan ieder stuk ?
52. Iemand koopt een stuk zwart en een stuk blauw
laken, te zamen 154 M. lang, terwijl de lengten tot el-
kander staan als 3:4; de M. blauw kost 1% maal zoo-
veel als de M. zwart, en de geheele inkoop bedraagt
1540 gl. Bij verkoop wint hij op 't stuk zwart 48 gl.;
voor hoeveel zal hij nu den M. blauw laken moeten ver-
koopen om in 't geheel 20 "/o te winnen?
53. Op zekere rekening vindt men, dat bij eene leve-
ring van eenige stukken katoen voor 384 gl. geleverd zijn
6 stukken van de eerste en 18 stukken van de tweede
soort, en bij eene andere rekening, dat voor 385 gl. gele-
verd zijn 10 stukken van de eerste en 13 stukken van
de tweede soort. Men vraagt naar den prijs van ieder stuk ?
54. Iemand laat onder een schoorsteen, breed 1,3 M.
eene zinken plaat leggen. Deze plaat loopt 3 d.M. recht-
hoekig op en eindigt dan op dezelfde breedte in een
half cirkelvlak. Hoeveel K.G. zink is er aan die plaat
gebruikt, als een vlak van 0,15 M. lang en 0,13 M. breed
een halve kilogram weegt?
55. In een vertrek, dat 7 M. lang en 6 M. breed is, wordt
een kleed gelegd, waarvan de rand 5 d.M. breed is. Indien deze
rand 3 gl. den □ halven M. en 't overige van 't kleed 5 gl. den
halven M^. kost; op hoeveel zal dit kleed dan te staan komen ?
56. Iemand koopt 100 hektaren land van verschillende
hoedanigheid, zijnde de prijs van de eerste soort 900 gl.,
van de tweede 800 gl., van de derde 700 gl. en van de
vierde soort 600 gl. per H.A. Hij besteedt voor iedere soort
eene gelijke som : hoeveel H.A. heeft hjj van ieder gekocht ?
57. Twee personen hebben een gelijk inkomen; de
eene houdt alle jaren een vijfde van zijn inkomen over;
doch de andere die jaarlijks 100 gl. meer dan de eerste
verteert, is op 't einde der laatste vier jaren 200 gl. ten
achteren geraakt. Men vraagt, hoe groot de inkomsten
van deze twee personen zijn.