Boekgegevens
Titel: Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1899
15e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 57 : 15e dr. (3e verz.)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204211
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde verzameling van rekenkundige voorstellen voor de hoogste klasse der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37. A. heeft 24 stukken en nog 30 meter linnen ge-
kocht voor 618,75 gulden. Hij verkoopt dat linnen tegen
30 gl. 't stuk en vfint dan 20 pCt. Kunt gij hieruit
berekenen, hoe lang ieder stuk is ?
38. Twee kooplieden handelen en brengen 16500 gl.
bijeen. A. blijft een jaar in den handel en B. 9 maanden.
Als A. nu een achtste van de winst meer ontvangt dan
B.; hoeveel heeft ieder dan ingelegd ?
39. A., B. en C. nemen te zamen een werk aan. A.
kan 't met zijne werklieden in 40, B. in 60 en G. in 80
weken afmaken. A. begint en werkt 10 weken. Nu
komt B. er bij en zij werken samen 5 weken, waarna
A. 't werk verlaat en vervangen wordt door C. In hoe-
veel tijd zullen B. en C. 't werk nu verder kunnen afmaken ?
40. In een bak, die '/gg kub. M. inhoud heeft en vol
water is, laat men voorzichtig een stuk lood ter grootte
van 4,5 kub. d.M. zinken. Hoeveel zal de bak met zijn
inhoud nu wegen, de zwaarte van den bak zeiven op
4 K.G. stellende? (S.G. van lood = 11,4.)
41. In een bak, den vorm van een kubus hebbende,
waarvan ieder vlak 64 d.M'^. groot is, binnenwerks, wordt
een kogel geplaatst van 8 d.M. middellijn. Hoeveel liter
water zou die bak nog kunnen bevatten?
42. Iemand heeft in gebruik van denzelfden geldschie-
ter 2400 gl. ä 4 pCt. voor den tijd van 16 maanden, en
3600 gl. ä 5 pCt. voor een half jaar. Als hij deze kapi-
talen op denzelfden tijd wil teruggeven en toch evenveel
interest betalen, wanneer moet dit dan plaats hebben ?
43. In een bak, 0,9 M. lang, 0,8 M. breed en 1,5 M.
diep, staat water ter hoogte van 8 d.M. Hierin wordt
een kogel neergelaten van 7 d.M. diameter; hoeveel zal
daardoor 't water stijgen?
44. Een wijnkooper heeft wijn van 25 en van 70 cents
den L., te zamen 200 L. Hij giet deze wijnen door elkander
en doet er 20 L. water bij. Als hij dezen wijn nu verkoopt