Boekgegevens
Titel: Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Auteur: Brug, Steffen Lambert
Uitgave: Harlingen: S. Houtsma, 1862
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 H 58
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204200
Onderwerp: Communicatiewetenschap: schrijven
Trefwoord: Schrijfvaardigheid, Brieven, Formulieren (administratie), Voorbeelden (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw brieveboek, voor leerlingen van 8 tot 13 jaar, of Beknopte handleiding tot het vervaardigen van brieven en andere in de zamenleving voorkomende geschriften
Vorige scan Volgende scanScanned page
schrijfstijl, als men veel gebruik maakt van zulke
bedrijvende deelwoorden. Men kan dit gemakkelijk
vermijden, door te schrijven: ik heb vernomen, —
ik wil doen, — ik zal trachten.
Ik hadden wij daar zoo dikwerf; maar ook
met dat woord beginne men zoo min mogelijk
eenen brief, of de perioden daarvan: dit zweemt
naar egoïsme, dat is, eigenbelang en voorrang
geven aan zich zeiven of het eigen ik. Ook dit
zal men, zulks bewust, gemakkelijk kunnen ver-
mijden.
Eenigen hebben de gewoonte, onder hunne
brieven te schrijven: „In haast." Hiermede wil-
len zij dan het gebrekkige in schrift, stijl en an-
derzins verschoonen. Ook dit is geheel ongepast,
en mag onder geenen brief, van welken aard ook,
voorkomen.
Voorheen was het de gewoonte bij sommigen,
om hunne brieven altijd met dezelfde wóórden
aan te vangen, b. v.: „Ik laat u weten, dat ik
nog gezond ben, — wensch van u hetzelfde; ware
het anders, het zou mij van harte leed zijn.'' Oók
dit is grootelijks af te keuren. Gelijk men niet
altijd op dezelfde wijze begint te spreken, zoo ook
behoeft dat evenmin bij schrijven plaats te hebben.
De taal is rijk genoeg in woorden, en het aantal
zaken ruim genoeg, om telkens op eene andere
wijze, en met verschillende bewoordingen aan te
vangen.
Ziedaar, lieve Vriend! het hoofdzakelijke van