Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 60 )
42. DE SPIN.
O ja, lieve kindertjes! eene kwade gewoonte
leert men fchielijk aan, en het valt moeijelijk ,
die weêr af te leeren. Dat hebt gij gezien
in den flotterbaard, van wien de kleine
KINDERVRIEND vertelt. — Maar, als men
het toch maar goed voorneemt, dan kan men
zich vele kwade dingen afwennen. Dat onder-
vondt gij, mijn lieve betje ! — dientje,
van wie vader verleden vertelde, ondervond
dat ook. En toen vader nog een jongentje
was, zoo als gij nu zijt, frederik ! toen
ondervond vader dat zelf ook eens. •
Ik wis zeer bang voor fpinnen. Als ik
onverwachts eene fpin zag, ging mij eene
rilling over het lijf. Haar aanraken, o!
dat hadde ik niet gedaan , voor nog zoo veel
niet! Ik was reeds een groote jongen, toen
was ik nog zoo kinderachtig; maar nu ben ik
het niet meer. Hoe het komt, dat zal va-
der u vertellen , kindertjes !
Eens was ik buiten. Er viel eene groote
tuinfpin uit eenen boom op mij neêr. Ik
begon hard te fchreeuwen, en maakte een ge-
weld, alsof mij het grootfte ongeluk overkwame.
« Hé I"