Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 59 ) •
durig te kugchen, net als iemand die hoes-
ten moet, en niet kan hoesten.
„ Betje !" zeide vader toen tegen mij, „ gij
moet u datkugx:hen afwennen. Als gij wist,
hoe leelijk het ftaat, gij deedt het nooit
weêr; ook is het heel ongezond."
Doch ik liet vader maar voortpraten; dat
was flecht van mij! Vader meende het zoo
goed met mij, en toch hoorde ik er niet
naar. „ Ik kan niet, ik kan niet!" dat was
alles, wat ik zeide. Eindelijk zeide vader:
„ Hoor, BETJE 1 als gij u dat kugchen af-
went zal vader u eiken zondag een mooi
dubbeltje geven."
En toen wende ik mij het kugchen af;
want het mooije dubbeltje kwam mij gedurig
in de gedachte. — Hoe was het ook verder.
Vaderlief?"
Fader Jakob. Toen vader nu zag, dat
BETJE het kugchen kon laten, als zij maar
wilde, toen zeide vader: „Betje! als gij nu
weêr begint te kugchen, dan zijt gij vaders
kind niet langer."
Betje. En zoo leerde ik dan eindelijk
liet leelijke kugchen geheel en al af.
betje.
^2. DE