Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 17 )
„jonge kindertjes minder goed," zegt vader;
en daarom wilde koosje die ook niet drinken.
Hoe lekker dan het boterhammetje haar fmaak-
te, als zij haar gebedje gedaan en zich ge-
vvasfchen had, o! dat ondervinden wij alle mor-
gen. Is dat zoo niet, lieve kindertjes ?
betje.
42. ZOO GAAT HE'^, ALS MEN NIET
NAAR GOEDEN RAAD WIL
LUISTEREN. ...
Bij zeker dorp was eene klapbrug. — Wat
is dat, eene klapbrug? Gedurig moest deze
klapbrug opgehaald worden. Waarom? Wel!
om de fchepen, die er onder door moesten.
De kinderen , die daaromtrent woonden,
hadden de leelijke gewoonte, om fnel tegen de
brug op te loopen, als zij weêr neêrgelaten
werd. Niemand deed dit meer dan koen-
raad. Altoos was hij er 't eerst bovenop ;
ook durfde niet een zich zoo ver op het kant-
je wagen , als hij. Zijn vader zeide gedurig:
„ Raad ! rAad ! denk aan het versje :
B „ Wie