Boekgegevens
Titel: Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Auteur: Heijningen Bosch, M. van
Uitgave: Amsterdam: P.R. Otto, ca. 1850 *
53e dr; 1e dr.: Amsterdam, Brave 1806
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 94-109\3)
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204175
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Vader Jakob en zijne kindertjes: een schoolboekje
Vorige scan Volgende scanScanned page
C 9 )
Foei, die dief!
Als ROOSJE dat koffijdik eten niet laat, zal
zij heel ziek worden, en er nog van fterven.
Niet waar. Vader?
Ik eet nooit koffijdik; gij wel ?
hendrik.
5. HANS LANGESLAPER.
Drie uur heeft al de zon gcfehenen,
En nog op bed? vaar /wil dat henen?
Foei! langejlaper, daar gy zijt!
Verflaapt gtj zoo uw' besten tijd ?
naatje.
6. HET ZWEEPJE.
Albert vroeg zijnen vader om een zweepje.
Zijn vader gaf hem een zweepje. Nu was er
niemand blijder dan albert. Zoodra hij uit
fchool kwam, moest aanftonds de zweep voor
den dag. Midden op de ftraat, ging hij dan
met zijn zweepje ftaan klappen, en daagde
alle jongens uit, .om tegen hem te klappen.
Terwijl albert en de andere jongens eens
A 5 zoo