Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
stoven en stoven,
"prij en prei.
Polen en polen,
zoo en zoo.
zege en zege,
steenen en stenen,
veren en veeren.
smeden en smeedden,
leeken en leken,
leenen en lenen,
deelen en delen,
weeken en weken,
streeken en streken,
bleken en bleeken.
helen en heelen.
reede, rede en reden,
veelen en velen,
meeren en meren,
beeren en beren,
deern en deren,
deegen en degen,
weezen en wezen,
kweeken en kweken,
keelen en kelen,
stroopen en stropen.
Mooren en moren,
slooten en sloten,
zoogen en zogen,
pooten en poten,
slooven en sloven,
rooven en roven.
kooien en kolen,
hooren en horen,
sloopen en slopen,
rooken en roken,
kooper en koper,
knoopen en knopen,
nooten en noten,
toonen en tonen,
genooten en genoten,
schooten en schoten,
hoozen en hozen,
klooven en kloven,
hoopen en hopen,
sleepen en slepen,
bij en bei.
berijden en bereiden,
karwij en karwei,
zijl en zeil.
rijken en reiken,
vijlen en veilen,
brij en brei.
IJ en ei.
chijl en geil.
vlijen en vleien,
wij en wei.
ijken en eiken,
vijl en veil.
rij en rei.
lijden, leiden en leidden,
rijzen en reizen,
zinneloos en zinloos.