Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
79. Bruid en bruidegom rekenden op een rijkelijk huwelijks-
goed , maar ontvingen niets meer dan een matigen uitzet.
80. De grootste geleerdheid kan zeer goed met ootmoedigheid
gepaard gaan, daar zij begrijpt, dat zij uog veel te leeren heeft.
81. De officierseer duit niet, dat eene beleedeging ongewroke
blijve.
82. Al wat mijn naaste aangaat, betreft ook mij, zegt de
edele.
83. Onze vriendschap zal nimmer overlijden; wij zullen ze meer
en meer aanfokken, opdat een voortdurend sterker band ons te
samenhechte.
84. Ingeslapen gebreken zijn schier niet te overkomen.
85. Wij hebben 't slagveld te Puebla met natte oogen bezocht ;
ik verzeker u, de met zieltogende lijken overdekte bodem leverde
een naar tafereel op.
86. Teruggekomen van mijn uitheemsch reisje, verzeker ik u
van dit eene: dat ik bij 't verlaten van mijn geboortegrond nooit
weer een zeereis beproeven zal. Door welke stormen zijn wij
niet belopen; hoe tierde de orkaan, ruischten bergenhooge baren,
schudde 't broze wrak, waren wij allen wit van vrees!
87. Op ons allen rust niet alleen de plicht der dankbaarheid
maar ook die der erkentlijkheid.
88. Hadde ik geweten, dat gij in de kamer u bevont, ik had
niet onaangekleed in getreden.
89. In de jeugd lacht ons 't leven, even als in de lente de
natuur aan.
90. Om een nieuw pad naar Oost-Indien te vinden rusten onze
voorvaders eenige schepen uit.
91. Een voor zijne taak niet vatbare onderwijzer zal zelfs voor
leerring geschikte leerlingen niets leeren kunnen.
92. Welke was de aanleiding, welke de oorzaak der Franse
omwenteling?