Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
63
64. Daar hij de onontbeerlijke kundigheden vermist , is hij niet
gemachtigd in deze zaak een oordeelvelling te doen.
65. De bewoners dezer stad hebben den vijand met heldemoed
tekeer gegaan, zoodat deze de inneming niet tot stand konde
brengen.
66. Hebt ge 't bloedige gevecht bijgewoond , dat tusschen de
matrozen en soldaten gevoerd is?
67. De bolster omringt de notedop.
68. De door Romulus gebouwde stad heeft de wereld des tijds
overheerd.
69. Een dartel meisje kan ons bekoren , een speelsch meisje
hoort in de kinderkamer tuis.
70. De toejuichingen der verrukte menigte deed ons de ooren
daveren.
71. Door barmhartigheid bewogen gaven wij dezen deerniswaar-
digen blindeman al wat wij aan ons hadden.
72. Deze onderneming heeft mij honderd guldens baat opge-
leverd.
73. Ik vond geen baat in de geneesmiddels van dezen wonder-
docter, maar toen men mij verwittigde , dat ik den honderdduizend
had getrokken in de staatlooterij, was ik beschonken van vreugde
eu voelde mij na van den eersten slag bekomen te zijn geheel
en al beter.
74. 't Ruige en onstandvastige weder belette mij 't uitgaan.
75. De hemel redde Nederland van 't juk der Pransehen.
76. Een norsch man, een spijtig meisje, beide zijn zij geene
aangename meubelen in den omgang.
77. Men bracht mij de tijding, dat er iemand was om mij te
spreken; deze vermelde mij dat een blixemstraal brand had te
weeg gebracht in eenen mijner boeren hofsteden.
78. Vervul met blijschap uwe pligten, o mens! leg u met
den boezem op de wetenschappen toe , o jongeling !