Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
29. Als 't u voegts kom clan heden bij mij; wij spreken dan
samen over uwe belangen, of vleit 't u niet?
30. Deze jonge schoor met ieder den gek; maar gedreigd met
een gevoelig pak slagen (Kern § 15. Aanm.) schoor hij zich weg.
31. Onoplettende leerlingen ontgaan vaak fouten, die eene keu-
kenmeid kon verbeteren.
32. VVij gaven niet vuur voor wij de vijanden op honderd pas
genaderd en onder schot hadden.
33. 't Strekte mijn ouders tot groote troost, dat ik de slechte
padjes van mijn broeder niet opwandelde.
34. Hunne vervolgers dank zij hunne benen zijn zij ontkomen.
35. Nimmer zal ik vergeten, wat ik mijne wakkere vrienden
verplicht ben. Indien mijne tegenstanders niet toch eenige woor-
den ontvallen waren, uit die hunne slechte bedoeling bleek, voor-
waar ik was 't offer geworden van hun boos opzet en mijne vrien-
den 't slachtoffer hunner menschenliefde.
36. (Dagblad bericht.) De ondernemer van deze concertzaal,
is, bizonder, gelukkig geslaagd in zijn onvermoeide, wakke-
re pogingen, om de beroemd zangster N. N. voor ons toneel
te winnen. Weldra zij in eigen persoon optreden voor 't
hoogstbeschaafde publiek onzer plaats.
Mijn vriend hoorde haar aan; de volgende dag (Kern § 98)
vraagde ik hem hoe 't hem geviel. Hij antwoorder een liedjes-
zangeres van de straat hem beter bevredigd zou hebben, dan
die met wijdschen titel preikende schoone, die, had ze al een
fraai geluid, toch zoo valsch zong, dat 't oor werd gekwest.
Haar man, een Saxer, voerde haar op; deze gewaagde later in
privaatgesprekken met echten Duitschen bluf over zijn echtgenoot
en haar tal van overwinningen op de begeesterde publieken van
de meest verschillende steden van ons wereldeel. Waartoe zijne
vrouw zoo hoog op te vijzelen? Immers de kunst beveelt zich
zelfs aan? Overigens was de man niet genietbaar en een alleszins