Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
i
38
30. Hij kon mijne boze plannen niet doorzien, alhoewel hij mij zoo
strak aanzag als wilde mij doorzien. 81. Een groote redenaar
zal zijn toehoorders licht kunnen overzien; zelfs een groot redenaar
verzuime niet zijn redevoering over te zien. 83. Geef mij een
voldoenende opheldering van Uw gedrag; aan mijn verlangen
niet voldoende, zult gij terstond ontslagen worden, zei de ban-
kier tot zijn boekhouwer. Deze gaf dezelve; had hij ze niet ge-
geven, zijne eer had hij ongetwijfeld verloren gehad. 33. Zijt
gij vergeten 't geen Uw grijze, »erstorven vader U zoo vaak voor
de oogen gehouden heeft? 34. Tot walgen herhaalt die man
steeds de zelfde laffe aardigheden. 35. Tot vervelens toe ver-
haalt deze veteraan van zijne heldendaden. 36. De soldaten
zworen getrouw na te komen wat hunne bevelhebbers hen bevolen.
37. De molenaar maalt koren, de schilder koornvelden. Beide
worden gemaald. 38. Versteven van koude stijfde ónze wasch-
ter de was. In hun boos opzet gestijfd, ontnamen de booswich-
ten aan den van koude versteven reiziger zijn geld en kostbaar-
heden, en krooien die naar een veilige plaats. 39. Deze vrouw
bree in den tijd zoo vlugjes, dat ze twee paar kousen op een
dag afmaakte. 40. Wij leedden in der tijd aan hoofdpijn en
dorstten daarom, hoezeer wij er ook naar dorstten, geen drup-
pel ^vijns te gebruiken. 41. Mij dacht dat als deze onruststoker
't land uitgeband werd, de geschokte gemoedeu des volks weldra
tot rust zouden komen. 42. De geneesheer heeft mij den lever-
traan voorgeschreven, daar ik zoo slapjes ben, dat mij de been-
ders wankelen in 't gaan. 43. Wij boden een goede som, dog
zij schenen niet genegen hun eigendom te verkopen. 44. Daar
het dorp geheel afbrande, leden rijk en arm schade; velen
zijn tot den bedelstaf gebracht; de burgermeester geleide mij
eens rond! Ik kan U niet beschrijven, hoeveel ellende daar
werd geleden. 45. Schinderhannes plach 's nachts uit te gaan
en pleegde dan zijne gruwelijke misdrijven; zijne makkers