Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
32
't Boek, 't welk ik u leencfe, heb ik nog niet teruggekregen,
't Wijf, 't welk gij daar ziet, is een kaartenlegster. De man, waarvan
ik spreek, is afwezig. De vrouw, waaraan ik zooveel verschuldigd
ben, is gestorven.
Zoude ik, die zoo verstandig, gij, die zoo scherpzinnig, hij, die
zoo geleerd, wij die zoo geëerd, gijl. die zoo geacht, zij die zoo be-
mind zijn, niet eene groote verbetering kunnen brengen in deze zaak?
AVij, die rijk en zij die arm zijn, schijnen even gelukkig. (Vat
man is hij, die schatten benoodigd heeft om gelukkig te zijn?
Wat meisje gaan daar door de straat?
?lri-
Lidwoorden. (Cf. Kern § 28 en 82.)
Een kleine veertien daagjes ben ik uit de stad geweest, en heb
't muzijkfeest te Keulen GerechlehemeW wat een menschen
(Kern § 87) waren daar bijeen! wat een muziekanten brachten zich
daar ten gehoore, wat een talenten vielen daar te bewonderen! Wat
een orkesfer was daar aan H spelen! Wij bezochten o. a. ook den
Keulschen dom, die grootsche, in Gothischen bouwtrant opge-
trokken tempel (Kern § 78). Naar den Haag vertrokken, hebben
wij niet nagelaten Schevelingen, Rijswijk, enz. te bewonderen.
Teruggekeerd sta ik thans met ledige zakken voor u. Hoe jammer
dat rijzen zooveel geld kost, anders zoude ik mij eiken zomer
zoo'n uitstapje veroorloven; maar dat laten mij helaas mijne gelden
niet toe! A propos, ik vergat u te zeggen, wat voor aangename
reisgenoten ik gehad heb: den domine X, die in zijne gemeente
schier vergoderd prediker, den advocaat P, die in zijn soort on-
overtroffen pleitredenaar, den professor Q, dien zeldzamen ontleed-
kundige, enz. Ook ontmoette ik ter loops den zeeschilder Z, die
bij 't buitenland reeds zoo gunstig staat aangeschreven. Doch