Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
vondeling en overtuigde dat hij de zijue was. De jouge wilde
geen loon aannemen; zijne beloning was geen geldelijke, maar
een zedelijke! Ik behoef U niet te zeggen, dat de wedervonst
ons beide veel vreugde verschafte.
VIII. Mijne is thans de wraak! riep 't verwoede slachtoffer
der onderdrukking en maakte zijnen tiran met dolksteken af.
Harmodius en Aristogiton vermoorden den tiran van Athene,
Hipparchus, en vereeuwigden daardoor haren naam. Dezes broe-
der Hippias wreekte den moord, doch werd spoedig door de vrij-
heidlievende Atheners verdreven. Beide waren zij de zoo«« van
Pisistratus, die beroemd tiran, onders welks weldadige regeering
Athene een ongekend bloei genoot.
Dit huis is beterkoop dan gene, maar minder ruim.
Deze vertellen dat, gene dit, ander weet wat ander, wie moet
ik geloof schenken ? wier verhaal zou waar zijn ? welker geloof-
waardigheid is u bekend ? Geener, want zij liegen allen. iVuM
praatjes zijn 't dau ? Genes en de rest babbelen ze na.
IX. Die, die steelt is een dief, die, die liegt een leugenaar,
die, die moordt een moerrfer.
Dat, dat 1) ik u zeide is waar, dat, dat gij beweerdet, is
onjuist, dat, dat hij uitstrooide geheel bezijden de waarheid.
't Geheim, wat ik u heb toevertrouwd, hebt ge verklapt;
't geen gij mij echter hebt toevertrouwd, zal ik nooit verklappen.
Wie is men meer schuldig dan zijn ouders ? Wie moet men
meer eerbied bewijzen en liefhebben? Wie meer eeren en ontzag
betonen ?
De wet straft degene, die haar moedwillig overtreedt. Ja zelfs
een onwillig overtreder derzelver wordt niet verschoond. Doch
tle straf dergene, die haar moedwillig overtreden is zwarer, dan
hunner, die 't buiten kennis doen.
1) Cf. Kern § 135. De leerling geve de drie vormen oj). X