Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
gedwaalt hebt. Zoodat ik mij overtuigd hou, dat üEd. mijn
gevoelen deelt. Na UEd. verschoning gevraagil te hebben, dat
ik UEd. met deze vrijmoedige bekentenis ben lastig geval-
len, neem ik de vrijheid mij voortdurend bij UEd. aan te be-
velen , &c.
III. Neem deze boeken, leg hen op tafel, open hen, lees hen
en als gij hen gelezen zult hebben, zoo breng hen in derzelver kast.
Steeds denk ik er aan, wat gij mij geraden hebt in die netel-
acktige zaak.
De koning zelve heeft zich in den nood zijns volks zoo zeer
aller liefde op den hals gehaald, dat zelfs zijne vijanden hem
groot lof toezwaaien. Z. Majesteit heeft zich niet geschroomd
de zalen der hospitaallijders gedurende deyow^^i^ besmettelijke ziekte
te bezoeken, de beurtelingsche zieken an^gesproken & menige
lijdende harten »frtroost. Eindelijk heeft Z. M. lloogsiderzelver
tevredenheid te kennen gegeven met de &ot\matige inrichting van
't gesticht en liefdevolle verpleging der kranken.
IV. Zelfs 't kind begrijpt dat 't werken moet. Deze aartsel-
lendige kerel is te lui — een hand uit te steken. Hij schaamt
zich zeiven niet zijn brood te loopen bedelen en wijt 't zich niet,
als hij honger moet lijden. Hoe kan een rederoZ wezen zijn eigen
zoo vergeten ? Hij vergist zich geweldig, die meent, dat men-
schen zich verzorgen moeten, als ware deze wereld een groot
aalmoezeniersgesticht ! als moesten er eenige werken om ander te
laten luieren ! als moesten weiniger arbeid veler monden den kost
verschaffen ! Werk en gij zult eten ! En wijt 't U, als ge voor
Uwe eigen luiheid boet.
V. Mijne zoon, Uwe oom en hare vader zijn te samen op
reis. Mijn zoon verwacht ik reeds de volgend maand, doch Uw
oom en haar vader eerst over een half jaar terug.
Kaatje, — zich ziek gegeten heeft aan boterbiesjes, legt tans
te bed (§ 90).