Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
33. De huwelijksgift dezer dame is geëyenredigt aan 't for-
tujn haars vaders, die rijkaart, die de fortuin altijd heeft meege-
loepen. Hij bezit 10,000 morgens land ä 1000 guldens 't bun-
der; alle heeft de miswas dezes jaars veel schade berokkend, hij
alleen bleef gespaard. Maar van de andre kant is dc man te
bqklagen. Hij heeft nm. de waterzucht; zijn dood zal zijne doch-
ter op menige zucht te staan komen.
34. De misdruk dezer couranten kan u dienen om 't gescheur-
de omslag uws boeks door een ander te vervangen.
35. De priesterschap duldt niet dat onwaardigen met 't pries-
terschap worden bekleed.
36. De Eurydici gaf den Trafalgar de volle laag.
37. Dit water is van den kook; 't geheelc huishouden is op
den been om 't weer aan den kook te krijgen.
38. Deze brief is door een zeer slechte hand geschreven.
Zoo ken ik in dit woord den h niet van den k, de u niet van den
n, (ie s niet van de t en in den datum de zes niet van de zeven,
de vijf niet van de drie onderscheiden. Die hanenpoten (T. W. 547)!
39. Wat zou er van de maatschappij worden als het eigendom niet
geerdbiedigd werd? Het communisme, dat den eigendom van
den een niet van dien der anderen onderscheidt, maar alle
menschen gelijkelijk bedeelt, is de grootste onzinnigheid, die
ooit in 's menschen brein heeft omgespookt. Echter kleven die
stelling aan , zij, die door inbraak te plegen inbreuk maken op
andere rechten.
40. Ter veiling werden gebracht de volgende voorwerpen:
twee horlogekettingtjens, 8 likeurglasjes, drie kinderstoeltjens,
twaalf kamtjes, negen rottingtjes, acht knijpbriltjes, negen be-
zemtjes, tien ringtjes, acht-entwintig ijzer stafjes, negen-honderd-
drie-en-dertig présenteerbladjes, twee schipjes , drie minnegodjes,
vijf kopere slotjes enz. enz. (T. W. N. S. § 395. O.d.S. § 138.)
41. Natje hiel haar schoothondje in haar handjes en een