Boekgegevens
Titel: Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Auteur: Cosijn, Pieter Jacob
Uitgave: Haarlem: erven F. Bohn, 1880
3e, onveranderde dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3006
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204170
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stilistiek, Grammatica, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Cacographie. Ten gebruike bij het middelbaar onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm

r>
01.
'^OOffr-ü. ' ifT] i
men zegt, dan de vroegeren. De Romeinen overwonnen de Car-
thagers, omdat zij de sterkeren waren.
Wie uwer beide neven is de geleerdere? wie de schranderere,
wie de slimmere? Ik ken u dat bezwaarlijk zeggen; beide zijn
eveneens lui en de domst van 't school. De wsdere evenwel is
gevoeliger voor berisping, dan bauger voor straf. Arbeidt men
op zijn eergevoelewi, dan doet hij zijn geheele best, doch dat
duurt ook zoo laug ah 7 voelen fieeft en zijn jongere broer,
die meer gaarne speelt dan leert, hem van 't werk afhaalt. We-
zentlijk, vader is 't verlegeust, wat hij met die beide jongskens
»emchten moet.
II. Haal mij, zei de heel rijke profester tot een zijner die-
naar, haal mij beste cigaren en fijnst» wijn; ik wil mijne dier-
baarste vrienden onthalen, daar 't heden de meest gelukkige dag
is mijns levens. Ik bekwam (Kern § 118) namentlijk tijding
van geslagen te zijn tot ridder des Nederlandschen Leeuws, iets
waarnaar ik mijn leven laug gevlast heb. Ja, ziet niet zoo ver-
bazend elkaêr aan, dierbaarifc», verheug u veeleer over 't tref-
fendste geluk, dat mij is toegevallen ! Wel is waar, ik herhaal
't u, ben ik de gelukkigste, als ik mij op mijn studiekamer met
mijn boeken omringd, geheel aan de wetenschap wijd, maar toch
door die onderscheiding ben ik, ik ontveins u zulks niet, 't ge-
lukkigste aller sterflingen.
HL Deze man heeft wel veel spierkracht, maar gene is
ijzersterker.
De heer X., vroeger een mijner beste vrienden, tel ik thans
onder mijne kwaadste vijanden, 't Slimste is dat ik hem vroeger
heel veel geheimen toevertrouwd heb.
Mijn moeder verloor op haar feertigste jaar haar gezicht ge-
heel ; zij is nog blinrfe;- dau die ongelukkigste vrouw daar, welke
't hardste brood der liefdadigheid eet,
't Kwaadste miek ik mij, toen hij u een dief noemde.
•i